Trage transitie
De overgang naar het nieuwe stelsel van de circa 70.000 pensioencontracten bij verzekeraars en ppi’s baart de sector grote zorgen. Maar die trage transitie is deels bewust. ‘Ik wil zo laat mogelijk over.’
‘Goedemorgen’, klinkt het in veelvoud vanaf een levensgroot scherm aan de muur in een vergaderzaal bij Building Materials Europe (BME). Terwijl buiten de vliegtuigen op het nabijgelegen Schiphol landen en opstijgen, vindt binnen overleg plaats over de nieuwe pensioenregeling van het bedrijf. Aan tafel met HR-topman David Thomas zitten de adviseurs Ton Winkels en Elise van Dreumel van Montae & Partners. Vanaf het scherm praten HR-verantwoordelijken van de drie werkmaatschappijen van het internationale bouwmaterialenbedrijf, met elk een eigen ondernemingsraad, mee.
BME is medio 2025 begonnen met het voorbereiden van de Wtp-transitie en heeft volgens Winkels ‘niet veel sessies nodig gehad om te komen waar we nu zijn’. Met de vierde kennissessie met de or in het vizier, gaat het vandaag vooral over ‘huiswerk’ dat die or de vorige keer had meegegeven. Waar de werkgevers hadden aangeboden de vlakke premie voor nieuwe medewerkers op te trekken van 22,47% naar 23,05%, vroeg de or zich af of dat extraatje niet kan worden gebruikt om de eigen bijdrage voor de huidige medewerkers wat te verlagen. Het idee, doorgerekend door de adviseurs, zorgt voor gefronste wenkbrauwen. ‘Behoorlijk complex. Het heeft niet onze voorkeur’, zo luidt de conclusie, waarmee de werkgevers terug moeten naar de or.
[....]