Langdurig thuiswerken geeft werknemers niet automatisch een blijvend recht
De kantonrechter heeft geoordeeld dat een werknemer geen blijvend recht op thuiswerken kan ontlenen aan een praktijk die jarenlang is gedoogd. In de zaak weigerde een ICT-beleidsadviseur na meerdere waarschuwingen en een verbetertraject om weer enkele vaste dagdelen op kantoor te werken. Volgens de rechter mocht de werkgever deze aanwezigheid verlangen, omdat dit noodzakelijk was voor de organisatie en de samenwerking binnen het team.
De werknemer voerde aan dat langdurig thuiswerken was uitgegroeid tot een verworven arbeidsvoorwaarde. De rechter ging daar niet in mee. Alleen het feit dat een werkgever een bepaalde werkwijze langere tijd heeft toegestaan, is onvoldoende om een afdwingbaar recht te laten ontstaan. Bovendien behoudt een werkgever de bevoegdheid om redelijke instructies te geven over de plaats waar werkzaamheden worden verricht, mits deze goed zijn gemotiveerd.
Omdat de werknemer bleef weigeren aan die instructies te voldoen, werd de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens verwijtbaar handelen. Wel kende de rechter een transitievergoeding toe, omdat de omstandigheden onvoldoende aanleiding gaven om het gedrag als ernstig verwijtbaar aan te merken. De uitspraak onderstreept dat thuiswerken geen vanzelfsprekende arbeidsvoorwaarde is en dat duidelijke afspraken en consistente handhaving voor beide partijen essentieel blijven.
Dit is een samenvatting van het volledige artikel op HRPraktijk.nl.